Te veel van het goede
Ik probeer de kinderen ertoe te brengen om niet steeds zo hard te schreeuwen – ook niet als ze mij nodig hebben. Een lange, lange campagne en het eind is nog lang niet in zicht.
Vanmorgen zat ik op onze eerste etage achter de computer, toen ik mijn mobiele telefoon in mijn handtas hoorde afgaan. Mijn dierbare echtgenoot die daar in de buurt was was net te laat om hem op te pakken, maar bracht hem even naar me toe. Op de ingesproken voicemail hoorde ik alleen geschreeuw, dus ik koos voor de optie om terug te bellen.
Toen kreeg ik mijn middelste zoon aan de telefoon, die op de kinderkamers één verdieping hoger aan het spelen was. Hij had willen klagen dat zijn oudere broer hem van het bed af aan het duwen was.
OK, hij schreeuwde niet naar me. Maar toch voelt het niet als vooruitgang…

2 Comments
Ik kan me niet herinneren dat mijn generatie als kind zo geschreeuwd heeft als de huidige jeugd. Als ik dat in de bieb wel eens hoor, de ouders zijn erbij en zeggen er niks van. Het is kennelijk heel gewoon om te schreeuwen tegenwoordig. Ik wens je veel succes met je antischreeuwcampagne. ‘t Is ergens toch een vooruitgang dat ze je mobiel benaderen
De kinderen hebben het volgens mij niet eens door, dat scheeuwen, dus mijn eigen herinneringen vertrouw ik niet
Maar ik word er inderdaad gek van. Daniel heeft nog een beetje excuus door zijn oor, maar ze praten steeds harder omdat ze elkaar willen overtreffen en ik word er mesjogge van. Vandaar mijn pogingen om de decibels te verlagen. Nu moet ik blijkbaar ook nog vertellen dat dat betekend dat je dichterbij moet komen, niet moet gaan bellen van de ene kamer naar de andere